ECLI:NL:RBROT:2025:5184
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging cursus alcohol en verkeer
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door het CBR opgelegde Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) en verzocht om een voorlopige voorziening om de cursus niet te hoeven volgen voordat de beroepsprocedure is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat het mogelijke onterecht opleggen van de EMA een toekomstige omstandigheid betreft. Het feit dat verzoeker de cursus moet volgen voordat de rechtbank uitspraak doet, levert op zichzelf geen spoedeisend belang op. Tevens is niet gebleken dat het volgen van de cursus voor verzoeker financieel of praktisch belastend is.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.