Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
25 april 2025
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 18 april 2025, waarbij ook een schuldhulpverlener aanwezig was.
De rechtbank beoordeelt dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP, waaronder het zijn van te goeder trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen. Tijdens het traject gelden diverse verplichtingen, waaronder een postblokkade en controle door een bewindvoerder en rechter-commissaris.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject onvoldoende heeft gespaard om een eerdere ingangsdatum dan de datum van het vonnis te rechtvaardigen, ondanks dat het inkomen hoger was dan aanvankelijk berekend. Daarom wordt de ingangsdatum van de WSNP vastgesteld op 25 april 2025 met een einddatum op 25 oktober 2026.
Tot slot benoemt de rechtbank mr. C.G.E. Prenger tot rechter-commissaris en draagt zij de bewindvoerder op de post van verzoeker in te zien en een voorschot op vergoeding te nemen conform het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met ingangsdatum 25 april 2025 zonder eerdere ingangsdatum.