Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
25 april 2025
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.
Tijdens de zitting op 18 april 2025 zijn verzoekster en haar beschermingsbewindvoerder verschenen. De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op het traject. De verplichtingen van verzoekster omvatten onder meer het afdragen aan schuldeisers en het voorkomen van nieuwe schulden.
Verzoekster verzoekt tevens om een eerdere ingangsdatum van de WSNP dan de datum van het vonnis. De rechtbank stelt vast dat verzoekster tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject geen afloscapaciteit had, hetgeen gelijk wordt gesteld aan een eerste aflossing. Ondanks de afwezigheid van afloscapaciteit is aan een schuldeiser afgedragen en is voldaan aan de inspanningsverplichting. De rechtbank bepaalt daarom de ingangsdatum op 19 augustus 2024.
De rechtbank wijst het verzoek toe, benoemt mr. C.G.E. Prenger tot rechter-commissaris en stelt de einddatum van de regeling vast op 19 februari 2026. Tevens wordt de bewindvoerder gemachtigd de post van verzoekster in te zien en een voorschot op vergoeding te nemen volgens het toepasselijke besluit.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met een ingangsdatum van 19 augustus 2024.