Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Hij is een zzp’er met voldoende inkomsten en heeft de huur van maart en april 2025 voldaan.
Verweerster stelde dat niet aan de betalingsafspraken was voldaan en dat een aanvullende betaling pas op 1 april 2025 was gedaan. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder weegt dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan en wijst de voorlopige voorziening voor zes maanden toe onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Tevens verklaart zij verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.