Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te Rotterdam, eiseres,
Procesverloop
- de aan eiseres toegekende toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) over de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 juli 2022 herzien (het primaire besluit 1),
- de over de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 juli 2022 ten onrechte verstrekte toeslag, zijnde € 7.143,14 bruto, van eiseres teruggevorderd (het primaire besluit 2),
- eiseres een boete opgelegd van € 1032,- omdat eiseres niet doorgegeven heeft dat haar partner vanaf 1 augustus 2021 inkomsten uit een ouderdomspensioen ontvangt van ASR Levensverzekering NV en vanaf 28 januari 2011 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontvangt.
- de bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard;
- het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit 3 gegrond verklaard en de boete nader vastgesteld op € 40,-;
- bepaald dat de kosten in bezwaar ter hoogte van € 1.194,- aan eiseres worden vergoed.
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1, voor zover door verweerder niet reeds werd ingetrokken;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten met betrekking tot het bestreden besluit 1 tot een bedrag van € 1.814,-;
- bepaalt dat verweerder door eiseres betaalde griffierecht met betrekking tot het bestreden besluit 1 ter hoogte van € 50,- vergoedt;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond.