ECLI:NL:RBROT:2025:5327

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
30 april 2025
Zaaknummer
11519270 CV EXPL 25-1938
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering energiekosten met betalingsregeling en proceskosten

In deze civiele zaak vordert Stedin Netbeheer B.V. betaling van openstaande energiekosten, incassokosten en wettelijke rente van gedaagde die energie heeft afgenomen zonder geldige overeenkomst. Gedaagde erkent de vordering en bevestigt een betalingsregeling.

De rechtbank wijst de hoofdsom van €3.247,51 toe, evenals buitengerechtelijke incassokosten van €449,75 en wettelijke rente van €66,91 tot 24 januari 2025. De totale vordering wordt verminderd met reeds betaalde €25, waardoor het te betalen bedrag €3.739,17 bedraagt.

De rechtbank staat een betalingsregeling toe waarbij gedaagde het bedrag in maandelijkse termijnen van €25 mag voldoen. De proceskosten worden begroot op €1.311,78 en komen voor rekening van gedaagde. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.739,17 met rente en proceskosten, met een betalingsregeling van €25 per maand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11519270 CV EXPL 25-1938
datum uitspraak: 2 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 januari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlage;
  • de repliek, met bijlage.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
In de woning van [gedaagde] bevindt zich een gas- en elektriciteitsaansluiting. [gedaagde] heeft voor een bepaalde periode via die aansluitingen energie afgenomen, terwijl hij toen geen overeenkomst (meer) had met een energieleverancier. Stedin heeft bij dagvaarding geëist dat [gedaagde] de kosten van de afgenomen energie ter hoogte van € 3.247,51 aan haar betaalt. Omdat hij de kosten niet op tijd heeft betaald, vordert Stedin ook buitengerechtelijke incassokosten van € 449,75 en de wettelijke rente die tot 24 januari 2025 € 66,91 bedraagt. [gedaagde] erkent de vordering. Hij stelt dat hij met Stedin een betalingsregeling heeft afgesproken. Stedin heeft bij repliek bevestigd dat dit klopt. Zij heeft daarin ook verklaard dat [gedaagde] op 24 februari 2025 € 25,- heeft betaald. Stedin heeft haar eis daarom verminderd met dit bedrag en eist nu nog in totaal € 3.739,17 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Geoordeeld wordt dat de eis van Stedin wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Energiekosten
2.2.
[gedaagde] heeft erkend dat hij de gevorderde energiekosten nog moet betalen. De hoofdsom wordt toegewezen.
Incassokosten
2.3.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 449,75 toegewezen, omdat is voldaan aan de voorwaarden om deze vergoeding te krijgen. Dit bedrag is gebaseerd op het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Rente
2.4.
De rente wordt ook toegewezen, omdat Stedin genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Stedin moet betalen de wettelijke rente van € 66,91 die Stedin heeft berekend tot 24 januari 2025.
[gedaagde] moet in totaal betalen:
hoofdsom € 3.247,51 (plus wettelijke rente vanaf 24 januari 2025 over
dat bedrag)
incassokosten € 449,75
wettelijke rente
€ 66,91 +
€ 3.764,17
betaald door [gedaagde]
€ 25,00 -/-
€ 3.739,17
Betalingsregeling
2.5.
[gedaagde] mag het bedrag van € 3.739,17 in termijnen van € 25,- per maand betalen. Partijen hebben namelijk op 4 februari 2025 – na het uitbrengen van de dagvaarding – een betalingsregeling afgesproken en Stedin heeft gevraagd om deze afspraak op te nemen in dit vonnis.
Proceskosten
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Stedin moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.311,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 3.739,17 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 3.247,51 vanaf 24 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
staat [gedaagde] toe om het bedrag van € 3.739,17 aan Stedin te betalen in maandelijkse termijnen van € 25,00;
3.3.
bepaalt dat zolang [gedaagde] de betalingsregeling nakomt Stedin dit vonnis niet ten uitvoer zal leggen;
3.4.
bepaalt dat het verschuldigde bedrag geheel ineens opeisbaar zal zijn wanneer [gedaagde] de betalingsregeling niet nakomt;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 1.311,78;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
53954