Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet tot het treffen van een voorlopige voorziening die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat ontruiming dreigt op 18 maart 2025.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in de woning wil blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject doorloopt, tegen het belang van verweerster, die het vonnis tot ontruiming wil uitvoeren. Gezien de voldoende inkomsten van verzoekster en de maandelijkse huurbetalingen sinds maart 2024, weegt het belang van verzoekster zwaarder.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Voorlopige voorziening tot opschorting ontruiming huurwoning wordt voor zes maanden toegewezen onder voorwaarde tijdige betaling huur.