Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Dit verzoek volgt op een vonnis van 5 februari 2025 waarin ontruiming werd bevolen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoekster zit sinds december 2024 zonder inkomen en heeft inmiddels een spoedaanvraag voor een PW-uitkering ingediend. De huur voor april 2025 is door de gemeente voldaan en er zal budgetbeheer worden opgestart om tijdige betaling van toekomstige termijnen te waarborgen.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, met de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden betaald. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. De huurovereenkomst wordt voor de duur van de voorziening verlengd.