De arbeidsovereenkomst van de werknemer, in dienst sinds 2008 als applicatiebeheerder, wordt ontbonden op de i-grond vanwege een combinatie van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. De primaire grond van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en de subsidiaire grond van disfunctioneren slagen niet afzonderlijk, maar samen vormen zij een redelijke grond voor ontbinding.
De kantonrechter constateert dat de werksfeer door het gedrag en de houding van de werknemer als onprettig wordt ervaren, onderbouwd met verklaringen van meerdere collega’s. Een concreet incident betreft een onterechte melding van doxing, wat het vertrouwen verder heeft geschaad. Desondanks heeft de werkgever onvoldoende concrete stappen ondernomen om de arbeidsverhouding te verbeteren.
Het disfunctioneren is onvoldoende onderbouwd, mede omdat het verbetertraject in 2023 succesvol werd afgerond en latere klachten niet met de werknemer zijn besproken. Herplaatsing binnen de organisatie is niet mogelijk en het opzegverbod vanwege het ondernemingsraadlidmaatschap is doorbroken omdat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met dat lidmaatschap.
De arbeidsovereenkomst eindigt per 1 juli 2025, rekening houdend met de wettelijke opzegtermijn van vier maanden. De werknemer krijgt recht op een transitievergoeding van €13.361,27 bruto en een extra vergoeding van €4.008,38 bruto wegens ontbinding op de i-grond. Een billijke vergoeding wordt niet toegekend omdat er geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.