ECLI:NL:RBROT:2025:5360
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsvondst en wapenbezit
De burgemeester heeft op 3 april 2025 besloten de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege een overtreding van de Opiumwet, nadat bij een politieonderzoek op 3 januari 2025 ruim een kilo harddrugs, versnijdingsmiddelen, een vuurwapen, een alarmpistool en munitie in de woning werden aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
Tijdens de zitting op 24 april 2025 werden de belangen van verzoeker en de burgemeester afgewogen. De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoeker anders drie maanden geen toegang tot zijn woning zou hebben. De burgemeester was bevoegd tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet en het gemeentelijk handhavingsbeleid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de grote hoeveelheid harddrugs en versnijdingsmiddelen in de woning aannemelijk maken dat deze bestemd waren voor handel, waardoor sluiting gerechtvaardigd is. Het tijdsverloop tussen vondst en besluit was niet onredelijk gezien de zorgvuldige voorbereiding. Verzoekers medische situatie en persoonlijke omstandigheden wegen niet zwaarder dan het belang van de burgemeester bij sluiting.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bevestigde dat de burgemeester de woning mag sluiten. Verzoeker werd gewezen op hulpverleningsmogelijkheden en opvang. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.