Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Procesafspraken
4.Waardering van het bewijs
geldbedragen- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
dehierboven bedoelde feit
en,
-)berichten ontvangen en verzonden bevattende informatie en/of foto’s van verdovende middelen en/of zelfbouwzuurkast en- geldbedragen en prijzen genoemd en afspraken gemaakt met en besprekingen en onderhandelingen gevoerd met een of meer (onbekende) anderen, om verdovende middelen te kopen en/of verkopen en/of in ontvangst te nemen en/of te vervoeren en
5.Strafbaarheid feiten
1.deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
2.medeplegen van gewoontewitwassen;
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn, zich en/of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Strafmotivering
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlage
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden,
geldboete van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
60 dagen hechtenis;
2 jaren;
taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
120 dagen.