Op 2 maart 2023 ontstond brand in de keuken van de woning van de verdachte te Spijkenisse, waarbij de keuken en woonkamer geheel of gedeeltelijk uitbrandden. Forensisch onderzoek wees uit dat de gaspitten waren opengedraaid en ontstoken, en dat brandbaar materiaal in aanraking was gekomen met het vuur. De verdachte werd aangetroffen in de badkamer met openstaande kranen en verstoppingen, en gaf aan zich niet te herinneren of hij de gaspitten had opengezet. De rechtbank concludeerde dat de verdachte bewust de gaspitten had ontstoken en brandbaar materiaal onbeheerd had achtergelaten, waarmee hij opzettelijk brandstichting pleegde met voorwaardelijk opzet.
De verdediging betoogde dat het NFI-onderzoek onvoldoende uitsluitsel gaf en pleitte vrijspraak. De rechtbank achtte het onderzoek echter deugdelijk en verwierp het verweer. Uit psychologisch en psychiatrisch onderzoek bleek dat de verdachte ten tijde van het feit leed aan een ernstige psychotische stoornis met manische ontremming, waardoor hij zijn wil en gedrag niet vrij kon bepalen. Zowel officier van justitie als verdediging stelden dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was.
De rechtbank volgde dit advies en sprak de verdachte vrij van strafbaarheid wegens een ziekelijke stoornis. De verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging. Hiermee werd het bewezen feit wel erkend, maar werd geen straf opgelegd vanwege de ontoerekeningsvatbaarheid.