Eiser en gedaagde zijn buren aan de [straatnaam] te Hendrik-Ido-Ambacht. Gedaagde heeft camera’s geplaatst achter ramen van haar woning die mede gericht zijn op de voordeur, zijgevel en voortuin van eiser. Eiser stelt dat dit een onrechtmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormt.
Gedaagde betwist dat permanent opnames worden gemaakt en dat de camera’s zicht bieden op wie de woning van eiser betreedt, maar erkent dat de camera’s mede op het perceel van eiser zijn gericht. Zij voert aan dat de camera’s zijn geplaatst ter bescherming van haar eigendom en ter bewijsverzameling van vermeend pesterig gedrag van eiser.
De rechtbank oordeelt dat het plaatsen en in stand houden van de camera’s onrechtmatig is, omdat dit een inbreuk op de privacy van eiser vormt en de door gedaagde aangevoerde rechtvaardigingsgronden onvoldoende concreet zijn onderbouwd. De vorderingen tot verwijdering van de camera’s en verbod op het plaatsen van soortgelijke camera’s worden toegewezen, maar de gevorderde dwangsommen worden afgewezen om de onderlinge verstandhouding niet te schaden.