ECLI:NL:RBROT:2025:544
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot overdracht en ontruiming voormalig echtelijke woning
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding tussen ex-echtgenoten over de overdracht en ontruiming van de voormalige echtelijke woning. Volgens het echtscheidingsconvenant zou de woning aan de eiser worden overgedragen en mocht de gedaagde nog drie maanden na het echtscheidingsverzoek in de woning blijven. Deze termijn was inmiddels verstreken, maar gedaagde was nog niet vertrokken.
Eiser vorderde dat gedaagde medewerking zou verlenen aan de levering van haar aandeel in de woning en dat zij de woning uiterlijk 1 maart 2025 zou verlaten. Gedaagde weigerde medewerking en wilde niet toezeggen wanneer zij zou vertrekken, zolang zij geen nieuwe woning had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser recht heeft op overdracht en spoedeisend belang heeft bij nakoming. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een verlenging van de termijn tot 1 april 2025, rekening houdend met het belang van gedaagde bij huisvesting en haar urgentieverklaring. Er werd een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. Gedaagde werd tevens veroordeeld zich uit te schrijven als bewoner na vertrek. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan overdracht en ontruiming van de woning uiterlijk 1 april 2025 met dwangsommen bij niet-naleving.