De verdachte en de aangeefster hadden een relatie en spraken af op 18 december 2023 samen de verjaardag van de aangeefster te vieren zonder seks te hebben. Tijdens het bezoek dronken zij alcohol, rookten joints en speelden kaartspelletjes. Na het slapen werden zij wakker terwijl zij elkaar zoenden, waarna de verdachte de aangeefster ontkleedde en haar penetreerde. De aangeefster gaf aan dat zij dit niet wilde en vroeg te stoppen, waarop de verdachte reageerde door zich aan te kleden en te vertrekken.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens verkrachting, gesteund door verklaringen van de aangeefster, gedeeltelijke bekentenis van de verdachte en forensisch medisch onderzoek dat blauwe plekken aantoonde. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte opzettelijk dwang heeft uitgeoefend en dat hij wist dat de aangeefster geen seks wilde.
De verklaringen van verdachte en aangeefster liepen uiteen, met onduidelijkheid over het moment waarop de aangeefster haar verzet kenbaar maakte en de interpretatie daarvan door de verdachte. De rechtbank achtte het forensisch bewijs niet doorslaggevend omdat het binnen de verklaring van ruige seks paste. De rechtbank sprak de verdachte vrij wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.