ECLI:NL:RBROT:2025:5591
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen schorsing school niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoeker is geschorst van school en heeft bezwaar gemaakt tegen deze schorsing. Vervolgens heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter om de schorsing te schorsen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het griffierecht van €194,- betaald had moeten worden binnen een door de griffier gestelde termijn. De griffierechter heeft verzoeker per aangetekende brief op 10 april 2025 verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief is op 16 april 2025 aangeboden maar niet afgehaald, waarna deze retour is gezonden op 2 mei 2025. Verzoeker heeft het griffierecht niet tijdig betaald.
Verzoeker heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet afhalen van de aangetekende brief voor rekening van verzoeker komt en dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding is.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en behandelt het verzoek niet inhoudelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.