De verdachte rechtspersoon heeft in de periode van oktober 2020 tot en met januari 2021 meerdere onjuiste en onvolledige aangiften omzetbelasting ingediend over het derde en vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021. Daarnaast heeft zij in de periode van augustus 2021 tot oktober 2023 meerdere aangiften omzetbelasting over het tweede, derde en vierde kwartaal 2021 niet ingediend. Deze gedragingen hebben geleid tot een fiscaal nadeel van €901.274 voor de Belastingdienst.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte rechtspersoon opzettelijk heeft gehandeld en dat er geen omstandigheden zijn die haar strafbaarheid uitsluiten. De bestuurder van de rechtspersoon heeft verklaard dat hij zich heeft laten meeslepen en dat hij de boekhouding aan een ander heeft overgelaten, zonder op de hoogte te zijn van de onregelmatigheden.
Gezien de ernst van de feiten, het hoge benadelingsbedrag en het feit dat het strafbare handelen weinig financieel gewin voor de rechtspersoon zelf heeft opgeleverd, legt de rechtbank een forse geldboete van €90.000 op. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat de rechtspersoon nog een openstaande schuld bij de Belastingdienst heeft.
De rechtbank verklaart de tenlastelegging bewezen voor de genoemde feiten en spreekt de verdachte rechtspersoon vrij van overige tenlastegelegde feiten. De verdachte rechtspersoon wordt veroordeeld tot de opgelegde geldboete.