In deze zaak verhuurt eiseres een bedrijfsruimte aan gedaagde, waarbij discussie ontstond over huurachterstanden en de hoogte van de huurprijs. Na eerdere tussenvonnissen is vastgesteld dat gedaagde inmiddels de volledige huurachterstand heeft afgelost en de lopende huur betaalt. De kantonrechter bevestigt dat er geen huurachterstand meer bestaat, maar veroordeelt gedaagde tot betaling van wettelijke handelsrente over de periode van achterstand.
Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens de aanzienlijke huurachterstand, maar de kantonrechter weegt mee dat gedaagde sinds 2002 de bedrijfsruimte huurt en tot april 2020 steeds tijdig betaalde. Ook is de huurprijs pas definitief vastgesteld in het tussenvonnis van december 2024, waardoor het niet onbegrijpelijk is dat de achterstand pas daarna is ingelopen.
Het belang van gedaagde als zelfstandig ondernemer bij behoud van de bedrijfsruimte wordt zwaarder gewogen dan het belang van eiseres als commercieel verhuurder. Daarom wordt de ontbinding afgewezen. Daarnaast wordt de huurprijs per 1 juli 2022 vastgesteld op €12.650,64 exclusief btw per jaar. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van rente over de huurachterstand, kosten voor schilderwerk en de proceskosten, die in totaal €5.142,82 bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.