Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij voor zijn zoon met een autismestoornis een vervoersvoorziening in de vorm van begeleid openbaar vervoer is toegekend voor het schooljaar 2023/2024. Eiser vordert een kilometervergoeding voor eigen vervoer, omdat hij van mening is dat zijn zoon niet met het OV kan reizen, ook niet onder begeleiding.
De rechtbank heeft het medisch advies van de verzekeringsarts en aanvullende informatie van een behandelaar beoordeeld. De verzekeringsarts concludeert dat de zoon met begeleiding met het OV kan reizen, een conclusie die de rechtbank niet onbegrijpelijk acht. Eiser heeft geen contra-expertise of medische stukken overlegd die het advies weerspreken.
Verder is beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen om een kilometervergoeding toe te kennen. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. Eiser brengt zijn zoon zelf met eigen vervoer naar school en ontvangt reeds een vergoeding van € 630,-, gebaseerd op de kosten van een OV-abonnement.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter R. van den Wildenberg op 21 januari 2025.