De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming voor medische behandeling van twee minderjarigen, waarbij het Goofyspreekuur ingezet zou worden vanwege zorgen over mogelijke kindermishandeling of seksueel misbruik. De minderjarigen verblijven in pleeggezinnen en de ouders oefenen het ouderlijk gezag uit.
Tijdens de zitting, die plaatsvond met gesloten deuren, waren vertegenwoordigers van de GI en pleegouders aanwezig, maar de ouders verschenen niet. De pleegouders voerden verweer tegen het verzoek, stellende dat er geen concrete en feitelijk onderbouwde zorgen zijn die een ingrijpend onderzoek zoals het Goofyspreekuur rechtvaardigen. Er werd gewezen op minder ingrijpende alternatieven zoals het NICHD-interview.
De kinderrechter concludeerde dat niet is komen vast te staan dat het Goofyspreekuur noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de kinderen af te wenden. De GI had geen verklaring van de vertrouwensarts overgelegd en er waren twijfels over de geldigheid van het eerder afgenomen Touch Survey onderzoek. De kinderrechter gaf de GI in overweging om samen met ouders en pleegouders te zoeken naar veilige omgangsvormen in afwachting van minder ingrijpende onderzoeken.
De beschikking wijst het verzoek af en vermeldt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak. De beslissing werd op 11 april 2025 uitgesproken door kinderrechter D.I. Hendriks-van Wel.