ECLI:NL:RBROT:2025:5673

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 februari 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
10/223641-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 157 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontploffing in woning te Rotterdam

De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing in een woning te Rotterdam op of omstreeks 12 december 2022. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 42 maanden.

In het onderzoek werden onder meer een schoen en tape met het DNA van de verdachte gevonden op 200 à 300 meter van de plaats delict, naast camerabeelden en een aangifte. De rechtbank oordeelde echter dat deze bewijzen onvoldoende waren om vast te stellen dat de verdachte daadwerkelijk de ontploffing had veroorzaakt of daarbij betrokken was.

De enkele aanwezigheid van DNA op voorwerpen in de nabijheid van de plaats delict kon niet leiden tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Er waren geen andere bewijsmiddelen die de verdachte direct koppelden aan de explosie.

De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde, waarbij het gevaar voor goederen en personen in het pand werd erkend, maar niet bewezen kon worden dat de verdachte dit had veroorzaakt.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het teweegbrengen van een ontploffing.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/223641-24
Datum uitspraak: 24 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 februari 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.T.O. Bakker heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Er heeft een explosie plaatsgevonden bij een woning aan de [adres 2] te Rotterdam.
In de omgeving van de plaats delict zijn een schoen en tape aangetroffen met daarop het DNA-profiel van de verdachte. Op basis van de aangifte, de camerabeelden en het DNA-profiel van de verdachte op de schoen en de tape acht de officier van justitie het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
4.1.2.
Beoordeling
Op grond van de in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. De schoen en de tape zijn op ongeveer 200 à 300 meter van het plaats delict aangetroffen. In het procesdossier bevinden zich geen andere bewijsmiddelen die de verdachte koppelen aan de explosie.
De enkele aanwezigheid van de schoen en de tape dwingt niet tot de conclusie dat de verdachte de pleger, dan wel de medepleger is van hetgeen hem ten laste gelegd wordt.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,
en mrs. A.P. Hameete en F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 12 december 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht in het
pand gelegen aan de [adres 2]
door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof en/of een stuk
(professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom, te weten een Cobra, met open
vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken en/of tot ontbranding te brengen
ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden en/of brand is ontstaan
en/of voornoemd pand en/of de inboedel van dat pand geheel of gedeeltelijk is
verbrand en/of beschadigd,
en daarvan:
- gemeen gevaar voor de in het pand aanwezige goederen, in elk geval gemeen
gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar voor de bewoner(s)/aanwezige(n) welke zich in het pand bevonden,
in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoner(s)/aanwezige(n) welke zich in
het pand bevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen,
te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )