ECLI:NL:RBROT:2025:5711
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning wegens niet-biologische vaderschap ondanks overschrijding wettelijke termijn
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot vernietiging van de erkenning door [belanghebbende], omdat deze niet zijn biologische vader is. Verzoeker wenst erkend te worden door zijn biologische vader [persoon A], met wie hij een belangrijke culturele en emotionele band heeft. Hoewel het verzoek niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar na bekendheid met het feit dat de erkenner niet de biologische vader is, is ingediend, oordeelt de rechtbank dat de termijn in dit specifieke geval een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het recht op respect voor privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro).
De rechtbank stelt vast dat zowel [belanghebbende] als de moeder het verzoek ondersteunen en dat erkenning door de biologische vader van groot belang is voor de identiteit van verzoeker en zijn dochter. De rechtbank weegt dat de rechtszekerheid niet wordt geschaad door de overschrijding van de termijn en dat de belangen van verzoeker juist worden beschermd door toewijzing van het verzoek.
De erkenning door [belanghebbende] wordt vernietigd en de griffier wordt opgedragen dit aan de burgerlijke stand te melden. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De erkenning door niet-biologische vader wordt vernietigd en verzoeker wordt alsnog erkend door zijn biologische vader ondanks overschrijding wettelijke termijn.