In deze civiele procedure tussen verhuurder en huurder staat een huurachterstand centraal. Verhuurder vordert betaling van de achterstallige huur met rente en kosten, terwijl huurder tegenvordering heeft ingesteld. De kantonrechter heeft in een eerdere rolbeslissing het opslagbeding, het boetebeding en het beding over buitengerechtelijke incassokosten voorlopig als onredelijk bezwarend beoordeeld.
De kantonrechter vernietigt het opslagbeding omdat de verhuurder onvoldoende heeft toegelicht waarom een opslag van maximaal 4% bovenop de inflatie noodzakelijk is. Hierdoor vervallen alle huurverhogingen gebaseerd op dit beding en mag alleen de indexatie volgens de consumentenprijsindex worden toegepast. Verhuurder krijgt nog eenmaal de gelegenheid om nadere gegevens te verstrekken over de hoogte van de huur op basis van het indexatiebeding en de daadwerkelijk in rekening gebrachte huur.
Verder wordt de beoordeling van de tegenvordering van huurder en de overige bedingen aangehouden totdat verhuurder schriftelijk reageert. Indien verhuurder niet reageert, zal de kantonrechter uitgaan van de oorspronkelijke huurprijs bij aanvang van de overeenkomst. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere schriftelijke reacties, waarna een eindvonnis zal volgen.