Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de vrouw;
- de man;
- de ambtenaar.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind geboren in 2024. Bij de geboorteaangifte werd door de ambtenaar van de burgerlijke stand de geslachtsnaam van de vader opgenomen, omdat de ouders niet tijdig gezamenlijk een keuze voor een gecombineerde geslachtsnaam hadden gemaakt. Dit was het gevolg van een onjuiste interpretatie van de overgangsregeling in artikel 1:5 BW Pro door de ambtenaar.
De ouders wilden hun kind echter de gecombineerde geslachtsnaam geven, bestaande uit de achternaam van de man en een deel van de achternaam van de vrouw. Omdat de overgangsregeling niet van toepassing was op kinderen geboren na 1 januari 2024, was het niet mogelijk om op een later moment nog voor de gecombineerde naam te kiezen.
De rechtbank oordeelt dat de akte correct is opgemaakt volgens de wet, maar dat aanvulling van de akte met een latere vermelding mogelijk is op grond van artikel 1:24 BW Pro. Gezien de intentie van de ouders en de onjuiste interpretatie van de wetswijziging door de gemeente, wordt de akte aangevuld met de gecombineerde geslachtsnaam.
De rechtbank wijst erop dat de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard en dat hoger beroep mogelijk is binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend door een advocaat.
Uitkomst: De rechtbank gelast aanvulling van de geboorteakte met de gecombineerde geslachtsnaam van het kind.