ECLI:NL:RBROT:2025:5772
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen verlenging tijdelijk huisverbod
Verzoeker was het niet eens met de verlenging van het tijdelijk huisverbod dat door de burgemeester was opgelegd vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van een medebewoner. Het huisverbod was aanvankelijk opgelegd voor tien dagen en vervolgens verlengd met achttien dagen. Verzoeker stelde dat het gevaar was geweken omdat hij zich aan het verbod had gehouden en geen contact had gezocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het feit dat verzoeker het huis- en contactverbod niet had overtreden, niet betekent dat het gevaar was verdwenen. Er had nog geen partnergesprek plaatsgevonden en er waren geen veiligheidsafspraken gemaakt, waardoor het risico op escalatie bleef bestaan. Verweerder had daarom terecht het huisverbod verlengd.
Verzoeker was niet verschenen op de zitting, maar het spoedeisend belang was aanwezig omdat hij geen toegang had tot de woning en geen contact mocht hebben met de achterblijfster. De rechter concludeerde dat het verlengingsbesluit rechtmatig was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Ook het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.