ECLI:NL:RBROT:2025:5828

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
C/10/698007 / FA RK 25-2953
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:11 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor jongen met schizofreniespectrumstoornis, ASS en licht verstandelijke beperking

De rechtbank Rotterdam behandelde op 29 april 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, een jongen geboren in 2008 met een schizofreniespectrumstoornis, autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking.

Betrokkene vertoonde ernstig risicovol gedrag, waaronder fysieke agressie naar familie, vernieling en zelfverwaarlozing, wat leidde tot opname met een crisismaatregel in maart 2025. Na ontslag bleek zorg thuis niet haalbaar door medicatieweigering en moeizaam contact. De psychiater en familie benadrukten het belang van herstel en het voorkomen van heropname.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De toegewezen zorgmaatregelen omvatten medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot 29 oktober 2025. Het verzoek tot toediening van vocht en voeding werd afgewezen wegens onvoldoende motivatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/698007 / FA RK 25-2953
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 april 2025 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2008, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. R.N. Baldew te Den Haag.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 april 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 7 april 2025;
  • de niet-ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 2 april 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij betrokkene thuis op 29 april 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [persoon B] , psychiater, verbonden aan Youz;
  • de ouders en zus van betrokkene.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2025, is op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 9 april 2025, is dit verzoek ingediend.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrumstoornis. Daarnaast is betrokkene bekend met een autismespectrumstoornis en een lichtverstandelijke
Beperking.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en een ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Betrokkene is halverwege maart opgenomen met een crisismaatregel, nadat hij in de thuissituatie toenemend paranoïde, hallucinatoir en (fysiek) agressief gedrag vertoonde. Zo heeft betrokkene zijn ouders meermaals fysiek aangevallen. Ook was er sprake van vernieling van spullen en zelfverwaarlozing, wat zich vooral uitte in weinig eten en drinken. Betrokkene is, nadat hij was opgeknapt, onder begeleiding van het IBT-team naar huis gegaan. Daar bleek al snel dat de zorg thuis niet haalbaar was. Betrokkene wilde zijn medicatie niet innemen en er was geen tot moeizaam contact met hem te krijgen, waarbij de moeder van betrokkene hem fysiek bij het gesprek moest houden. Nadat zich opnieuw signalen voordeden dat betrokkene (fysiek) agressief gedrag liet zien richting zijn familie, was heropname noodzakelijk. Dit viel voor zowel betrokkene als zijn familie erg zwaar.
Tijdens de mondelinge behandeling is betrokkene bij het zien van alle aanwezigen bang dat het gaat om een nieuwe heropname. Ondanks geruststelling van zijn familie, de psychiater en de rechtbank, is betrokkene zichtbaar angstig en onrustig. Het lukt betrokkene niet om plaats te nemen in de woonkamer. Betrokkene wordt gesproken vanaf onder aan de trap, waarbij betrokkene bij de toelichting van de psychiater zijn kamer in vlucht.
De psychiater heeft toegelicht dat het nu beter gaat met betrokkene, maar dat verder herstel nog nodig is. Omdat betrokkene nog elke keer bij het zien van het ambulante team denkt dat opname zal volgen, is het contact nog moeizaam. De psychiater hoopt dat dit met de tijd zal afnemen, als betrokkene doorheeft dat het team steeds weer gewoon weg gaat. Ook controle of gesprekken op locatie is nog niet mogelijk, omdat betrokkene deze plek associeert met zijn laatste opname. Het vertrouwen van betrokkene zal langzaam herwonnen moeten worden. De psychiater heeft ook nadrukkelijk verklaart dat tot opname enkel zal worden overgegaan als het thuis echt niet meer gaat. Op dit moment is er geen sprake van een voornemen tot opname. De familie van betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene de opname als traumatisch heeft ervaren en dat zij heropname willen voorkomen. Daarnaast wil de familie zich nu richten op het herstel van betrokkene. Contact met leeftijdsgenoten door middel van dagbesteding of een terugkeer naar school staat daarbij voorop voor de familie. De ouders van betrokkene zijn bang dat een zorgmachtiging hun zoon hierin belemmert.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en dusdanig te herstellen dat betrokkene zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Gebleken is dat betrokkene erg angstig en afwerend reageert op de aanwezigheid van de psychiater en andere hulpverleners, omdat hij deze associeert met een opname. Op dit moment is medicatie en monitoring van het toestandsbeeld noodzakelijk om heropname te voorkomen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.6.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
en wanneer betrokkene zijn medicatie weigert in te nemen, op een andere manier weigert mee te werken aan ambulante afspraken, of psychisch ontregeld raakt en hierdoor (een risico op) ernstig nadeel ontstaat dat ambulant niet is af te wenden, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg aanvullend noodzakelijk:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.8.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 oktober 2025;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 29 april 2025 mondeling gegeven door mr. P.R. de Geus, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 13 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.