De rechtbank Rotterdam behandelde op 29 april 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, een jongen geboren in 2008 met een schizofreniespectrumstoornis, autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking.
Betrokkene vertoonde ernstig risicovol gedrag, waaronder fysieke agressie naar familie, vernieling en zelfverwaarlozing, wat leidde tot opname met een crisismaatregel in maart 2025. Na ontslag bleek zorg thuis niet haalbaar door medicatieweigering en moeizaam contact. De psychiater en familie benadrukten het belang van herstel en het voorkomen van heropname.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De toegewezen zorgmaatregelen omvatten medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot 29 oktober 2025. Het verzoek tot toediening van vocht en voeding werd afgewezen wegens onvoldoende motivatie.