De rechtbank Rotterdam behandelde op 10 januari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis. Betrokkene vertoont gedrag dat ernstig nadeel kan veroorzaken, zoals risico op lichamelijk letsel en psychische schade, mede door wantrouwen jegens zijn buurman en het bezit van gevaarlijke voorwerpen.
De rechtbank constateerde dat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en zijn geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. Hoewel betrokkene bezwaar maakte tegen opname en medicatie, achtte de rechtbank voortzetting van de huidige opname niet langer proportioneel en stelde ambulante behandeling als uitgangspunt.
De verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische controles, controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperkingen in zelfbeschikkingsvrijheid en bewegingsvrijheid, en opname indien ambulante behandeling faalt. Andere door de officier verzochte maatregelen werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. De zorgmachtiging geldt voor zes maanden vanaf 10 januari 2025.