Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 7 maart 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen met aanvullende verzoeken, ingekomen op 30 mei 2024;
- het bericht met bijlagen, waaronder een gewijzigd petitum, van de man van
- het bericht met bijlagen van de man van 28 maart 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 28 maart 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
,onder de voorwaarde dat hij binnen vier maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand de financiering rond heeft, zodanig dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening. Deze termijn van vier maanden is door de man verzocht en door de vrouw onweersproken gelaten, zodat de rechtbank deze termijn hier opneemt.
€ 25.000,- tot de beperkte gemeenschap behoort en onderdeel is van de te verdelen saldi per peildatum. Het verzoek van de vrouw ter zake de onrechtmatige transactie zal dan ook worden afgewezen.
- € 41.002,- ter zake het overbruggingskrediet;
- € 32.950,- ter zake de bankgarantie met rente;
- € 55.626,- ter zake verbouwingskosten van de echtelijke woning, te vermeerderen met een vermenigvuldigingsfactor van 17% over de waarde van de woning.
€ 32.950,- door de man met privégeld is betaald. Dit staat daarmee vast.
€ 14.000,- van een rekening op naam van de vrouw). De man maakt aanspraak op een vergoedingsrecht van € 25.950,- en stelt dat bij verkoop van de percelen eerst dit bedrag aan hem moet worden betaald, waarna het restant van de verkoopopbrengst door partijen bij helfte wordt verdeeld. Als de opbrengst niet toereikend is voor vergoeding van dit bedrag aan de man, dan verzoekt hij te bepalen dat de vrouw hem € 12.975,- dient te betalen uiterlijk binnen drie maanden na de datum van de beschikking met wettelijke rente vanaf die dag tot de dag van de algehele voldoening.
4.De beslissing
€ 12.975,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf drie maanden na de datum van verkoop tot de dag van de algehele voldoening moet voldoen;