ECLI:NL:RBROT:2025:6012
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 21 mei 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker een voorlopige voorziening vroeg tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn Nederlanderschap in te trekken.
Verzoeker stelde dat hij zonder Nederlands paspoort niet meer kon reizen en zich niet kon identificeren bij aanhoudingen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van onverwijlde spoed die het afwachten van de bezwaarprocedure onmogelijk maakte.
Omdat verzoeker nog steeds kan beschikken over een verblijfsdocument en in aanmerking kan komen voor een vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort, is het spoedeisend belang niet voldoende onderbouwd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het Nederlanderschap is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.