Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een achterstand op zorgpremies en zorgkostennota’s van gedaagde, die een betalingsachterstand heeft laten ontstaan. Gedaagde erkent de achterstand, maar betwist de hoogte ervan en heeft schuldhulpverlening ingeschakeld. VGZ legt een overzicht van openstaande posten en facturen over, waaruit blijkt dat de achterstand € 2.292,78 bedraagt.
De kantonrechter stelt vast dat de regeling tussen partijen is vervallen en gedaagde niet meer heeft gereageerd op de door VGZ ingebrachte stukken, waardoor wordt aangenomen dat de vordering klopt. De incassokosten van € 268,62 worden toegewezen op grond van artikel 6:96 BW Pro, evenals de wettelijke rente over het openstaande bedrag vanaf 6 januari 2025.
Na verrekening van een eerdere betaling van € 260,78 moet gedaagde in totaal € 2.475,91 aan VGZ betalen. Daarnaast worden de proceskosten van € 1.041,14 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct kan incasseren, ook als er hoger beroep volgt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.475,91 aan VGZ plus proceskosten van € 1.041,14.