De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Woonplus Schiedam en huurders die een woning huren aan een adres in Schiedam. Woonplus vordert ontruiming van de woning wegens vermeende overlast in het weekend van 15 en 16 maart 2025, waarbij volgens Woonplus de huurders buren zouden hebben geïntimideerd en bedreigd. Tevens vordert Woonplus betaling van een huurachterstand.
De huurders betwisten de overlast en stellen zelf slachtoffer te zijn geworden van intimidatie en bedreiging door de buren. Ook betwisten zij dat de voorwaarde dat de huurovereenkomst direct eindigt bij overlast nog van toepassing is, omdat de huurovereenkomst op 24 januari 2025 voor onbepaalde tijd is voortgezet zonder die voorwaarde.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de huurders overlast hebben veroorzaakt en dat de feiten onduidelijk zijn vanwege tegenstrijdige verklaringen. De bestuurlijke waarschuwing en overige stukken zijn onvoldoende om de overlast vast te stellen. Ook kan op basis van het rekening courant overzicht niet worden vastgesteld of er sprake is van een huurachterstand. Omdat een kort geding zich niet leent voor nadere bewijslevering, wijst de kantonrechter zowel de ontruimingsvordering als de huurachterstandvordering af.
Woonplus wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurders, begroot op €678,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad met betrekking tot de proceskostenveroordeling.