Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 november 2025, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van verhuurder De Huischmeesters Zuid-Holland B.V. tegen huurder wegens huurachterstanden van twee woningen. De huurder heeft de achterstanden niet betwist, maar de verhuurder heeft de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming ingetrokken omdat de huurder niet meer in de woning woont.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van een totaalbedrag van € 2.626,59 aan huurachterstanden. De huurder hoeft echter geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en rente te betalen, omdat het contract een oneerlijk boetebeding bevat dat afwijkt van de wettelijke regeling.
De kantonrechter wijst verder alle overige vorderingen af, veroordeelt de huurder in de proceskosten van € 1.204,54 en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De huurder kan contact opnemen met de verhuurder voor een eventuele betalingsregeling, maar een regeling wordt niet ambtshalve vastgesteld.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.626,59 huurachterstand, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijk boetebeding.