Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie, aangezien een ontruimingsvonnis van maart 2019 ten uitvoer dreigt te worden gelegd.
Verzoekster heeft een deel van de huurachterstand voldaan en zal budgetbeheer starten, waardoor de lopende huurtermijnen naar verwachting tijdig betaald kunnen worden. Verweerster, de verhuurder, heeft geen bezwaar tegen de toewijzing van het verzoek onder de voorwaarde dat de huurtermijnen worden voldaan.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen en de ontruiming opgeschort. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.