Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw I.S.K. van Daele en mevrouw N.L.L. El Ghazi, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam], namens Stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, ernstig ziek en met een beperkt inkomen, vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland stond op 15 april 2025.
Verzoekster had de huur van mei 2025, zij het te laat, betaald en maakte sinds april 2025 gebruik van budgetbeheer, wat waarborgde dat toekomstige huurtermijnen tijdig voldaan zouden worden. Verweerster, de verhuurder, stemde in met het verzoek onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen betaald blijven.
De rechtbank overwoog dat het belang van verzoekster om in de woning te kunnen blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder woog dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. Daarom werd het moratorium voor zes maanden toegekend met voorwaarden omtrent tijdige betaling van de huur.
Daarnaast werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel afgerond zou zijn. De rechtbank bepaalde dat schuldhulpverlening uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag moet uitbrengen.
Uitkomst: De rechtbank wijst een voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarden van tijdige huurbetaling.