Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de incidentele conclusie van antwoord;
- het vonnis in incident van 18 september 2024.
Rechtbank Rotterdam
De curator van het faillissement van een besloten vennootschap vordert dat de feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk wordt gesteld voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW Pro. Tevens wordt een bestuursverbod van vijf jaar gevorderd. De gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor de rechtbank verstekvonnis wijst.
De rechtbank stelt vast dat de vorderingen op grond van artikel 2:248 BW Pro toewijsbaar zijn en dat de curator geen belang meer heeft bij de overige vorderingen op grond van artikel 2:9 BW Pro en 6:162 BW. Het bestuursverbod kan worden opgelegd omdat de gedaagde als feitelijk beleidsbepaler wordt aangemerkt als bestuurder in de zin van de Faillissementswet.
De curator heeft echter nog geen uittreksel uit het Handelsregister overgelegd van andere rechtspersonen waarvan de gedaagde bestuurder of commissaris is. Daarom wordt de curator opgedragen deze informatie te verstrekken, waarna de zaak zal worden voortgezet. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat deze informatie is ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot aansprakelijkheid toe en draagt op om informatie over bestuursfuncties te verstrekken voor het bestuursverbod.