ECLI:NL:RBROT:2025:6215

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
26 mei 2025
Zaaknummer
FT RK 25/168 en FT RK 25/169
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord bij weigering schuldeisers in schuldregeling

Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen drie schuldeisers die weigerden in te stemmen met haar schuldregeling. De regeling voorziet in een eenmalige betaling van een percentage van de vorderingen aan schuldeisers, gebaseerd op haar Participatiewet-uitkering en medische beperkingen waardoor zij niet kan werken.

De rechtbank constateerde dat 21 van de 24 schuldeisers akkoord waren met het voorstel en dat de weigering van Cerco Caffe, [persoon B] en VCN slechts een klein deel van de totale schuldenlast betrof. Het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij en werd als het uiterste haalbare beschouwd.

De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars, mede omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling minder oplevert door bijkomende kosten en latere uitkering. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke regeling werd afgewezen.

De rechtbank beval de schuldeisers om in te stemmen met de schuldregeling en veroordeelde hen in de proceskosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt drie schuldeisers in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
uitspraakdatum: 21 mei 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 30 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:
  • Cerco Caffe Systems (hierna: Cerco Caffe);
  • M.C.B. [persoon B] , in behandeling bij Ewald Borgman Advocatenkantoor (hierna: [persoon B] );
  • VCN Verzekeringen, in behandeling bij Cannock Incasso Rotterdam (hierna: VCN);
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 14 mei 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • de heer J.A. Guijt, werkzaam bij Maatschap Op Orde Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder);
  • mevrouw [persoon B] , weigerende schuldeiser.
De overige weigerende schuldeisers (Cerco Caffe en VCN) zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift 24 schuldeisers, waarvan 2 preferente en 22 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 251.387,17 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 30 oktober 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,33% aan de preferente schuldeisers en 1,17% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft een afsprakenplan met haar werkcoach overgelegd van 5 maart 2025. Uit het afsprakenplan blijkt dat verzoekster wordt aangemeld bij WMO-Radar voor vrijwilligerswerk. Verzoekster zal in de komende periode geen inkomen kunnen genereren dat hoger is dan haar huidige inkomen. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
21 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Cerco Caffe, [persoon B] en VCN stemmen hier niet mee in. Zij hebben gezamenlijk een vordering van € 7.202,37 op verzoekster, welke 2,87% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

[persoon B]
is niet tevreden over de manier waarop de situatie tussen verzoekster en [persoon B] is gelopen. [persoon B] en verzoekster zijn gedurende een lange periode met elkaar om gegaan. [persoon B] heeft verzoekster meerdere malen financieel geholpen. [persoon B] heeft meerdere malen met verzoekster geprobeerd om naar een oplossing te zoeken. Verzoekster heeft niet het maximaal haalbare aangeboden. [persoon B] is ervan overtuigd dat verzoekster haar schuldeisers volledig zou moeten kunnen betalen. [persoon B] heeft het vermoeden dat verzoekster, ondanks dat haar eenmanszaak is uitgeschreven, is doorgegaan met het voeren van haar onderneming.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Cerco Caffe en VCN geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk, dan wel ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Cerco Caffe, [persoon B] en VCN bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Cerco Caffe, [persoon B] en VCN in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Cerco Caffe, [persoon B] en VCN een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van 2,87%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk 21 van de 24 schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster een Participatiewet-uitkering ontvangt. Verzoekster kampt met medische klachten, waardoor zij (momenteel) niet in staat is om te werken. Verzoekster heeft een afsprakenplan met haar werkcoach overgelegd, waaruit blijkt dat verzoekster wordt aangemeld bij WMO-Radar voor vrijwilligerswerk. Voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekster in de komende periode geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan haar huidige inkomen.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Ten aanzien van het ter zitting gevoerde verweer van [persoon B] met betrekking tot de onderneming van verzoekster merkt de rechtbank op dat niet is gebleken dat verzoekster haar onderneming nog heeft voortgezet en daaruit inkomsten geniet. Verzoekster heeft dit ter zitting betwist en uit het na de zitting door verzoekster nog overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat op 18 mei 2022 is geregistreerd dat de onderneming van verzoekster met ingang van 1 mei 2022 is opgeheven.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Cerco Caffe, [persoon B] en VCN, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om Cerco Caffe, [persoon B] en VCN te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Cerco Caffe, [persoon B] en VCN zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Cerco Caffe, [persoon B] en VCN om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Cerco Caffe, [persoon B] en VCN in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.