Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Parketnummer : 10-032951-23
[naam klager] , klager,
Procedure
Feiten
Stadpunt van de klager
Standpunt van de officier van justitie
- getuige [naam getuige] , huurder van het pand, verklaart dat hij [persoon A] , de broer van klager, daar regelmatig werkzaamheden zag uitvoeren en dat [persoon A] daar kantoor had. Het contact rondom de verhuur verliep eigenlijk volledig via hem in plaats van klager;
- [persoon A] is de eigenaar van het garagebedrijf [naam bedrijf] , beiden zijn gevestigd in het pand;
- aangever [naam aangever] , die aangifte heeft gedaan tegen [persoon A] , verklaart dat [persoon A] als enige dagelijks aanwezig was in het pand;
- de vrijwel dagelijkse aanwezigheid van [persoon A] in het pand blijkt ook uit de zendmastgegevens van zijn telefoon;
- uit SKY ECC chats van [persoon A] blijkt van zijn intentie om het pand te kopen;
- uit het proces-verbaal over de huurovereenkomst met [persoon B] , de voormalige eigenaar van het pand, blijkt dat de huur contant werd betaald door [persoon A] ;
- uit het proces-verbaal (zaaksdossier witwassen) blijkt dat op 18 april 2018 vanaf bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon A] een bedrag van € 50.000,- werd overgeschreven op de rekening van [persoon B] met als omschrijving 'aanbetaling overname pand [adres] , [plaats] '. Op 30 april volgde een tweede overschrijving van € 50.000,-;
- Op de afrekening van de notaris stond een aankoopbedrag van € 166.400,-. De derdengeldrekening van de notaris is gevoed vanaf de rekening van [naam klager] , die voorafgaand gevoed is door [naam bedrijf] , die voorafgaand is gevoed door voornamelijk de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor de coronasteun.