ECLI:NL:RBROT:2025:637
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardering en afwijzing immateriële schadevergoeding in belastingzaak
Eiser betwist de WOZ-waardes van twee onroerende zaken in Gorinchem, vastgesteld op respectievelijk €1.298.000 en €538.000, en vordert daarnaast immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank beoordeelt de waardebepaling aan de hand van de HWK-methode en concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes niet te hoog zijn vastgesteld. Eiser heeft onvoldoende onderbouwde en onsamenhangende stellingen ingediend, waarvan slechts enkele specifieke punten zijn meegenomen.
De rechtbank gaat in op de objectafbakening en oordeelt dat de twee panden, hoewel van dezelfde eigenaar, als afzonderlijke WOZ-objecten moeten worden beschouwd vanwege hun verschillende exploitanten. Daarnaast weerlegt de rechtbank het door eiser aangevoerde lagere verkoopbedrag door een gedetailleerde analyse van de verkoopakte.
Ten aanzien van het verzoek om immateriële schadevergoeding stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn nog niet is overschreden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.