ECLI:NL:RBROT:2025:6423

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
29 mei 2025
Zaaknummer
10/145171-19
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1:19 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens opzettelijke brandstichting

De rechtbank Rotterdam heeft op 21 mei 2025 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde, die sinds juni 2020 onder deze maatregel valt vanwege opzettelijke brandstichting met gevaar voor levens en zwaar lichamelijk letsel.

De vordering tot verlenging werd ingediend door het Openbaar Ministerie en behandeld in aanwezigheid van de ter beschikking gestelde, zijn raadsman, de officier van justitie en deskundigen van de betrokken psychiatrische instelling. De instelling en de psychiater adviseerden verlenging met twee jaar vanwege de aanwezige antisociale persoonlijkheidsstoornis, autismespectrumstoornis, licht verstandelijke beperking en cannabisstoornis, en het matig tot hoog risico op recidive.

Ondanks intensieve behandeling en medicatieaanpassingen blijft de ter beschikking gestelde onvoorspelbaar en niet gemotiveerd voor behandeling, waarbij een LFPZ-status is aangevraagd en goedgekeurd. De recente positieve gedragsontwikkeling wordt toegeschreven aan het wegvallen van behandeldruk en medicatiewijzigingen. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk om de veiligheid van anderen te waarborgen.

De ter beschikking gestelde en zijn raadsman verzette zich niet tegen de verlenging. De totale duur van de maatregel zal door deze verlenging de vier jaar overschrijden, maar dit is toegestaan gezien de ernst van het delict en het gevaar dat het oplevert.

De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer, met drie rechters, en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt met twee jaar verlengd vanwege het hoge recidiverisico en onvolledige behandeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/145171-19
Datum uitspraak: 21 mei 2025
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[persoon A] , hierna ook: de ter beschikking gestelde,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1995,
verblijvende in [naam psychiatrische instelling]
te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. B. Hartman, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 25 mei 2020 is de terbeschikkingstelling van [persoon A] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van opzettelijke brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 10 juni 2020.
Bij beslissing van deze rechtbank van 11 augustus 2022 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
De ter beschikking gestelde werd van 21 april 2022 tot 15 april 2023 uit anderen hoofde van zijn vrijheid ontnomen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:1:19 Sv Pro liep de termijn van de terbeschikkingstelling in de tussenliggende periode van 360 dagen niet door.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 28 maart 2025 van het Openbaar Ministerie (OM) een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 21 mei 2025 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [persoon B] , als hoofd behandeling werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 18 maart 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een autismespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cannabis. Hij heeft van 21 april 2022 tot 15 april 2023 in detentie verbleven in verband met strafbare feiten die voorafgaand aan de vorige verlengingsbeschikking in de instelling waar hij toen verbleef zouden zijn gepleegd. De behandeling heeft in de tussenliggende periode stilgestaan.
Op 14 augustus 2023 is de ter beschikking gestelde met een EVBG-status teruggeplaatst op de Intensive Care Unit (ICU) van de instelling, waar opnieuw incidenten plaatsvonden. Hij stabiliseerde nadat de behandeldruk werd verlaagd en de focus werd verlegd naar het bieden van structuur met een overzichtelijk dagprogramma. Deze periode is gebruikt om vervolgstappen te onderzoeken, waarbij de ter beschikking gestelde zelf structureel aangaf dat hij niet gemotiveerd is voor behandeling en een LFPZ-traject wil volgen. Hij is in afwachting daarvan op 29 oktober 2024 overgeplaatst naar de structuur-afdeling [naam afdeling] . De psychiater, hoofd behandelaar en persoonlijk begeleiders zijn naar aanleiding van nieuwe incidenten op deze afdeling actief met hem in gesprek gegaan om onduidelijkheden weg te nemen en meer structuur te bieden. Ook heeft een aanpassing plaatsgevonden in zijn medicatiebeleid (verhoging dosering Clozapine) en de bejegening en afspraken van de vorige afdeling werden overgenomen. Ondanks deze intensieve begeleiding en medicamenteuze aanpassingen blijft hij onvoorspelbaar en moeilijk in te schatten. De instelling schat de kans op recidive binnen het huidige kader in als matig-hoog, en bij het wegvallen van de maatregel wordt dit risico ingeschat als hoog. De instelling ziet dat de problematiek en de daarmee samenhangende risicofactoren ondanks de lange en uitgebreide behandelvoorgeschiedenis onvoldoende zijn bewerkt. De ter beschikking gestelde verdraagt geen enkele vorm van behandeldruk en blijft standvastig ten aanzien van de LFPZ-status, waardoor geen verdere behandelmogelijkheden worden gezien. Een langdurige ondersteunende, structurerende en toezichthoudende omgevingsprothese zonder behandeldruk lijkt recidive-verlagend te werken. Dit kan enkel langdurig worden gerealiseerd met een LFPZ-status, die op 11 maart 2025 is aangevraagd.
Advies psychiater
Psychiater [persoon C] adviseert in het rapport, gedateerd 6 mei 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Anders dan de instelling, stelt de psychiater geen antisociale persoonlijkheidsstoornis vast. De ter beschikking gestelde heeft een zeer beperkte draagkracht en kan in korte tijd erg ontregelen en tot (algemeen) geweld overgaan, waardoor binnen en buiten de huidige setting sprake is van een hoog recidiverisico. Door de LFPZ-aanvraag lijkt sprake van meer ontspanning, de ter beschikking gestelde doet zelfs mee aan gesprekken over het indexdelict. De recente verhoging van Clozapine met Abilify lijkt gunstig. Tot op heden heeft geen behandeling plaatsgevonden en op dit moment bestaat geen resocialisatieperspectief.
Advies psycholoog
Psycholoog [persoon D] concludeert in het rapport, gedateerd 3 mei 2025, dat geen advies mogelijk is omdat de psycholoog de ter beschikking gestelde niet zelf heeft kunnen onderzoeken. De ter beschikking gestelde weigerde hieraan zijn medewerking te verlenen.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon B] heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat het op dit moment boven verwachting goed gaat. De ter beschikking gestelde is goed in contact met het behandelteam en de hoofd behandelaar en komt afspraken na. Het behandelteam probeert hem zoveel als mogelijk bij beslissingen die hem aangaan te betrekken vanwege zijn behoefte om te weten waar hij aan toe is. Dit lijkt zijn vruchten af te werpen. De LFPZ-status is intussen goedgekeurd, maar er is een wachttijd van gemiddeld 3-5 jaar voor plaatsing. In de tussentijd wordt bekeken hoe het gaat. Gezien de recente positieve ontwikkeling wordt ook gekeken naar alternatieven voor een LFPZ-afdeling, met een lager beveiligingsniveau. Vanwege het uitzicht op de LFPZ-afdeling en de geboden structuur ontstaat ruimte om andere wegen te bewandelen. Als de ter beschikking gestelde ervaart dat hij ruimte heeft om over alternatieven na te denken dan wordt hierop in samenspraak met de instelling ingegaan, waarbij de regie uitdrukkelijk bij de ter beschikking gestelde ligt, juist om geen onnodige spanningen te laten ontstaan. Plaatsing op een LFPZ-afdeling is niet altijd een eindstation. Als de druk wegvalt kan met het verstrijken van de jaren soms (alsnog) ontvankelijkheid voor behandeling ontstaan. Die ruimte moet bewust opengelaten worden.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De autismespectrumstoornis en licht verstandelijke beperking van de ter beschikking gestelde zijn ondanks een lange behandelgeschiedenis vooralsnog onbewerkt en het recidiverisico is onverminderd hoog. De ter beschikking gestelde heeft een LFPZ-status gekregen en wacht op plaatsing op een LFPZ-afdeling, waar geen behandeldruk bestaat en het verblijf is gericht op het vergroten van de kwaliteit van leven. De recente positieve ontwikkeling in het gedrag van de ter beschikking gestelde, die vooral het gevolg lijkt te zijn van de weggevallen behandeldruk, de zekerheid omtrent zijn LFPZ-status en medicatiewijzigingen, bevestigt dat een omgeving zonder behandeldruk voor hem recidive-verlagend kan werken. De instelling kijkt vanwege de positieve ontwikkeling ook naar alternatieven voor een LFPZ-afdeling. De huidige, ingezette koers maakt verlenging van de maatregel voor de duur van twee jaar noodzakelijk.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, te weten opzettelijke brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door
mr. drs. K.Th. van Barneveld, voorzitter,
en mrs. H.J. de Kraker en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.