De huurder, onder bewind sinds februari 2025, heeft een aanzienlijke huurachterstand van bijna negen maanden opgebouwd. De verhuurder, Stichting Havensteder, vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De bewindvoerder erkent de achterstand, maar heeft een deel afgelost en zorgt dat de lopende huur wordt betaald.
De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de resterende huurachterstand en bijkomende kosten. De ontbinding en ontruiming worden voorwaardelijk toegewezen: de huurder mag in de woning blijven zolang de huur tijdig wordt voldaan. Dit wordt gezien als een redelijke balans tussen de belangen van verhuurder en huurder, mede gelet op schuldhulpverlening en het belang van stabiliteit voor de huurder.
De kantonrechter wijst ook incassokosten en rente toe en veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en benadrukt dat bij nieuwe achterstand alsnog ontbinding en ontruiming volgen.