ECLI:NL:RBROT:2025:6691
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- J.H. Janssen
- C. Sikkel
- J. van de Klashorst
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift tot gedeeltelijke opheffing van beslag op bankrekening in strafzaak
De rechtbank Rotterdam behandelde een klaagschrift ex artikel 552a Sv van een verdachte tegen het beslag op zijn bankrekening in een strafzaak waarin hij wordt verdacht van medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift. Het beslag bedroeg ruim €1,3 miljoen en was gelegd op grond van artikel 94 en Pro 94a Sv.
De klager verzocht om opheffing van het beslag tot een bedrag van €150.000 zodat hij zich in een civiele procedure in hoger beroep adequaat kan verdedigen. De officier van justitie en de Stichting, die zich als benadeelde partij presenteerde, verzetten zich tegen opheffing. De rechtbank overwoog dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigt, maar dat het fundamentele recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter zwaarwegend is.
De rechtbank oordeelde dat het belang van klager bij gedeeltelijke opheffing van het beslag zwaarder weegt dan het belang van strafvordering en de Stichting. De Stichting kon niet als redelijkerwijs rechthebbende worden aangemerkt. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en het beslag op de bankrekening gedeeltelijk opgeheven tot €150.000 ten behoeve van de civiele rechtsbijstand.
De beschikking werd uitgesproken door drie rechters van de meervoudige raadkamer op 27 mei 2025. De overige beslagen blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beslag op de bankrekening wordt gedeeltelijk opgeheven tot €150.000 voor financiering van civiele rechtsbijstand.