De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2015, die bij hun moeder en stiefvader wonen. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De vader weigert een huisbezoek van de GI en staat niet open voor hulpverlening, terwijl de kinderen vrijwel de helft van de week bij hem verblijven.
De moeder en stiefvader maken zich zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen bij de vader, vooral vanwege zijn smetvrees die de sociale ontwikkeling van de kinderen belemmert. De GI constateert geen acute zorgen die hulpverlening forceren, maar benadrukt het belang van mediation om de communicatie tussen ouders te verbeteren.
De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de communicatieproblemen tussen de ouders en de effecten van de smetvrees van de vader. Omdat de GI geen goed zicht heeft op de thuissituatie bij de vader, kan niet worden uitgesloten dat de situatie onvoldoende veilig is. De ondertoezichtstelling wordt daarom met negen maanden verlengd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.