ECLI:NL:RBROT:2025:6732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 mei 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
11541097 CV EXPL 25-3081
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvArt. 7.2 Reglement Lage-emissiezone AntwerpenArt. 237 RvDecreet betreffende Lage-emissiezones (C-2015/36551)Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones (C/2019/41146)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging Nederlandse bevoegdheid en toepassing Belgisch recht bij boete lage-emissiezone Antwerpen

De zaak betreft een boete opgelegd door Stad Antwerpen aan [gedaagde] wegens het rijden in een lage-emissiezone zonder geldige dagpas. De rechtbank Rotterdam beoordeelt eerst haar internationale bevoegdheid en oordeelt dat zij bevoegd is omdat de gedaagde in Nederland woont en het geschil administratiefrechtelijk is.

Vervolgens wordt vastgesteld dat Belgisch recht van toepassing is op de verbintenis, aangezien de overtreding in België heeft plaatsgevonden en er geen nauwer verband met Nederland is. De kantonrechter wijst de vordering van Stad Antwerpen toe omdat [gedaagde] niet heeft betwist dat hij de lage-emissiezone is ingereden zonder dagpas.

De verweren van [gedaagde], waaronder onwetendheid over de zone en dubbele belasting, worden verworpen omdat per land eigen regelgeving geldt en de zone duidelijk is aangegeven. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €150 boete en proceskosten aan Stad Antwerpen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11541097 CV EXPL 25-3081
datum uitspraak: 16 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon naar buitenlands recht
Stad Antwerpen,
vestigingsplaats: Antwerpen (België),
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] (Modero gerechtsdeurwaarders Amsterdam),
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stad Antwerpen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 8 januari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlage;
  • de dupliek.
1.2.
De kantonrechter heeft vervolgens vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een decreet aangenomen dat ziet op Lage-emissiezones. [1] Op 3 mei 2019 zijn met een Decreet bepalingen gewijzigd. [2] Vervolgens heeft de Vlaamse Regering een Besluit genomen waarin uitleg wordt gegeven aan de emissienormen. [3] Stad Antwerpen heeft in het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen (Reglement) uitvoering gegeven aan het Decreet en het Besluit door de lage-emissiezone voor de stad Antwerpen vast te stellen. Voertuigen die voldoen aan de emissienormen mogen rijden in de lage-emissiezone (LEZ). Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen om een LEZ-dagpas aan te vragen voor voertuigen die niet voldoen aan de normen, maar wel in de zone rijden. De grenzen van de lage-emissiezone worden aangegeven met verkeersborden.
2.2.
Op 18 juli 2020 is [gedaagde] een lage-emissiezone ingereden. Stad Antwerpen stelt dat het voertuig waarmee [gedaagde] de zone is ingereden niet voldoet aan de emissienormen en dat [gedaagde] geen LEZ-dagpas heeft aangevraagd. Op 26 augustus 2020 heeft Stad Antwerpen een brief gestuurd met de aankondiging van de boete van € 150,00 en een uitleg om in bezwaar te gaan. [gedaagde] is niet in bezwaar gegaan tegen de boete. Stad Antwerpen eist in deze procedure betaling van de boete en een veroordeling in de proceskosten.
2.3.
[gedaagde] betwist de boete. Hij geeft aan dat hij niet wist dat hij een lage-emissiezone inreed en dat de brieven naar een oud adres zijn gestuurd, waardoor hij deze niet heeft ontvangen. Daarnaast vindt [gedaagde] het vreemd dat hij zowel in België als in Nederland fijnstofbelasting moet betalen.
2.4.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Stad Antwerpen toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.
Bevoegde rechter
2.5.
Omdat dit geschil een internationaal karakter heeft, moet de kantonrechter eerst beoordelen of zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.6.
De kantonrechter oordeelt dat zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. In artikel 2.1 tot en met 2.3 van het Reglement is opgenomen dat voertuigen die niet vallen onder de emissienormen of geen LEZ-dagpas hebben aangevraagd niet in de lage-emissiezone mogen rijden. Op grond van artikel 7.2 van het Reglement staat op de eerste overtreding een sanctie van € 150,00. Het opleggen van deze sanctie na de overtreding moet gekwalificeerd worden als een verbintenis die voortvloeit uit de wet. [4] De Brussel Ibis-Verordening [5] is niet van toepassing, omdat er sprake is van een administratiefrechtelijke zaak. Deze sanctie is een eenzijdig door Stad Antwerpen opgelegde administratieve boete en kwalificeert daardoor niet als een burgerlijke zaak of handelszaak in de zin van de Verordening.
2.7.
Nu er geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn, moet de kantonrechter de bevoegdheid toetsen aan de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De kantonrechter is op grond van artikel 2 Rv Pro bevoegd om van het geschil kennis te nemen, omdat [gedaagde] in Nederland woont.
Belgisch recht moet toegepast worden
2.8.
Op grond van de Rome II-Verordening [6] is Belgisch recht van toepassing. Deze verordening bepaalt welk recht van toepassing is op burgerlijke zaken die niet gaan over een verbintenis uit overeenkomst. Uit de feiten en omstandigheden die door partijen in het geding zijn gebracht, blijkt dat de boete is gegeven in Antwerpen, waardoor de verbintenis is ontstaan en alleen kan ontstaan in België. Er is ook geen nauwer verband met een ander land, waardoor Belgisch recht op dit geschil van toepassing is.
[gedaagde] moet € 150,00 betalen
2.9.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 150,00 moet betalen aan Stad Antwerpen. Stad Antwerpen heeft op grond van artikel 7.2 van het Reglement een boete van € 150,00 gegeven, omdat [gedaagde] met zijn voertuig een lage-emissiezone is ingereden, terwijl dit met zijn voertuig niet is toegestaan (artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van het Reglement). [gedaagde] heeft niet betwist dat hij met zijn voertuig de lage-emissiezone is ingereden. Daarnaast heeft hij niet betwist dat hij geen LEZ-dagpas had. Hierdoor is een verbintenis ontstaan die voortvloeit uit de wet. Op grond van artikel 7.2 van het LEZ-decreet mag bij de eerste overtreding een boete van € 150,00 worden opgelegd. Stad Antwerpen heeft deze boete opgelegd.
2.10.
De kantonrechter passeert de verweren van [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat hij in Nederland al belasting betaalt voor fijnstof en het daarom vreemd vindt dat hij in België een boete krijgt. Daarnaast geeft hij aan dat hij niet wist dat hij belasting voor fijnstof moest betalen in België. De kantonrechter overweegt dat per land een apart systeem kan gelden voor belastingen en fijnstof. Wanneer [gedaagde] zich in een ander land begeeft, wordt van hem verwacht dat hij bekend is met de wet- en regelgeving van dat land. De emissiezones worden ook aangegeven met herkenbare verkeersborden. De verweren van [gedaagde] maken het oordeel van de kantonrechter daarom niet anders.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Stad Antwerpen moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 355,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.12.
[gedaagde] vindt de bijkomende kosten onterecht, omdat hij geen brieven heeft ontvangen. Hij stelt dat de brieven naar het adres van zijn ex zijn gestuurd. Uit de stukken blijkt echter dat er brieven zijn gestuurd naar verschillende adressen. De laatste brief van 29 november 2024 is bijvoorbeeld naar een adres in Rotterdam verzonden. Dit adres is gelijk aan het adres van [gedaagde] . De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om de proceskosten te compenseren. Incassokosten worden in deze procedure niet gevorderd.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stad Antwerpen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen € 150,00 te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stad Antwerpen worden begroot op € 355,78;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Decreet betreffende Lage-emissiezones (C-2015/36551).
2.Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones (C/2019/41146).
3.Besluit betreffende Lage-emissiezones (C-2016/35312).
5.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
6.Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.