Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 september 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akten van 22 november 2024 en 27 maart 2025 van [eiseres] , met bijlagen;
- de akte van [gedaagde] van 24 april 2025.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, een cursusaanbieder, vordert betaling van cursusgeld van gedaagde wegens een vermeende opleidingsovereenkomst voor een examentraining. Gedaagde betwist het sluiten van een overeenkomst en stelt niet bekend te zijn met de cursus. Hij was bovendien grotendeels arbeidsongeschikt in de betreffende periode.
De kantonrechter stelt vast dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd dat gedaagde de overeenkomst heeft gesloten en de cursus heeft gevolgd. De door eiseres overgelegde bewijsstukken, zoals een presentielijst en bewijs van deelname, zijn eenzijdig opgesteld en onvoldoende onderbouwd met bijvoorbeeld handtekeningen of identificatie.
Daarom wordt de vordering afgewezen. Ook de rente en incassokosten worden niet toegewezen omdat de betalingsplicht niet is vastgesteld. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 50,00. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren.
Uitkomst: Vordering tot betaling cursusgeld wordt afgewezen wegens het niet vaststaan van een opleidingsovereenkomst.