Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 februari 2025, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Tandartspraktijk Jagtkade vordert betaling van een openstaande factuur van €538,56 voor behandelingen op 25 juni en 2 juli 2024. Gedaagde erkent de behandelingen maar betwist de ontvangst van de facturen en de veertiendagenbrief. De rechtbank oordeelt dat gedaagde de facturen moet betalen, maar wijst de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde de facturen en aanmaningen heeft ontvangen.
De rechtbank baseert dit op artikel 3:37 lid 3 BW Pro (ontvangsttheorie) en artikel 150 Rv Pro, waarbij de stelplicht en bewijslast bij de eiser ligt om te bewijzen dat de facturen en aanmaningen zijn toegezonden en ontvangen. Omdat de eiser geen bewijs heeft geleverd, wordt aangenomen dat gedaagde de stukken pas bij de dagvaarding ontving. Hierdoor begint de verzuimtermijn pas vanaf de dagvaarding, en is rente verschuldigd vanaf 19 februari 2025.
De rechtbank veroordeelt de eiser tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde wegens het ontbreken van bewijs van ontvangst en het feit dat gedaagde rauwelijks is gedagvaard. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee wordt de vordering tot betaling toegewezen, de incassokosten afgewezen en de rente toegewezen vanaf de dag dat gedaagde in verzuim is.
Uitkomst: Gedaagde moet €538,56 betalen met rente vanaf 19 februari 2025, incassokosten worden afgewezen.