Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.CZ Zorgverzekeringen N.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 februari 2025, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van CZ Zorgverzekeringen tegen gedaagde wegens niet-betaalde premies voor de maanden februari, maart en april 2024, met een totale achterstand van € 437,55. CZ vordert betaling van deze premieachterstand, alsmede incassokosten en wettelijke rente. De kantonrechter stelt vast dat de premieachterstand niet wordt betwist en wijst de vordering toe.
Daarnaast worden incassokosten van € 40,00 toegewezen conform artikel 6:96 BW Pro en rente van € 16,92 tot 7 februari 2025, omdat gedaagde deze niet heeft betwist. De proceskosten worden begroot op € 486,14 en komen voor rekening van gedaagde. Partijen hebben een betalingsregeling getroffen waarbij gedaagde maandelijks € 200,00 mag aflossen, te beginnen uiterlijk 1 april 2025.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat CZ direct tot incasso kan overgaan. Indien gedaagde een termijn niet of te laat betaalt, moet het openstaande bedrag direct in één keer worden voldaan met rente. Hiermee wordt een praktische regeling getroffen om de premieachterstand te voldoen zonder dat CZ haar vordering hoeft te laten escaleren.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van premieachterstand, incassokosten, rente en proceskosten met een betalingsregeling van €200 per maand.