ECLI:NL:RBROT:2025:6910

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
11 juni 2025
Zaaknummer
11521439 CV EXPL 25-2129
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomst en veroordeling tot betaling achterstallige leasetermijnen en schadevergoeding

Hiltermann Lease B.V. heeft een huurkoopovereenkomst gesloten met de gedaagde voor een bedrijfsauto Volkswagen Golf VII. De gedaagde heeft de leasetermijnen niet tijdig betaald, waarop Hiltermann de overeenkomst heeft ontbonden per 9 januari 2025. De gedaagde heeft de auto na dagvaarding ingeleverd.

Hiltermann vordert betaling van € 28.257,50 bestaande uit administratiekosten, achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Tevens worden incassokosten en contractuele rente gevorderd. De gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de stellingen van Hiltermann.

De kantonrechter verklaart de huurkoopovereenkomst ontbonden en veroordeelt de gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, verminderd met de verkoopopbrengst van de auto. Daarnaast worden incassokosten, rente en proceskosten toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurkoopovereenkomst is ontbonden en de gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallige leasetermijnen, schadevergoeding, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11521439 CV EXPL 25-2129
datum uitspraak: 6 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
eiseres,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 22 januari 2025, met bijlagen;
  • de akte van Hiltermann van 8 april 2025, inhoudende een vermindering van eis.
1.2.
De gemachtigde die zich voor [gedaagde] had gesteld, heeft zich voor het nemen van een conclusie van antwoord als gemachtigde onttrokken. [gedaagde] heeft nadien zelf geen conclusie van antwoord ingediend.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Hiltermann heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto (merk: Volkswagen Golf VII [kenteken]) aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. Hiltermann heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst te ontbinden. Bij akte heeft Hiltermann laten weten dat [gedaagde] de auto na het uitbrengen van de dagvaarding heeft ingeleverd. Hiltermann eist daarom nu – na vermindering van eis – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om aan haar € 28.257,50 te betalen, met rente en kosten. Verder eist Hiltermann primair dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen is ontbonden en subsidiair dat de kantonrechter de huurkoopovereenkomst ontbindt.
2.2.
De kantonrechter wijst de eis van Hiltermann toe. Dit wordt hierna uitgelegd.
[gedaagde] heeft de stellingen van Hiltermann niet betwist of daartegen verweer gevoerd.
2.3.
[gedaagde] heeft, door niet inhoudelijk op de dagvaarding te reageren, de stellingen van Hiltermann niet betwist of daartegen verweer gevoerd. De kantonrechter gaat daarom voor het navolgende uit van de juistheid van die stellingen.
De kantonrechter verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst is ontbonden
2.4.
De gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen is ontbonden, wordt toegewezen. Hiltermann heeft namelijk onbetwist gesteld dat [gedaagde] de leasetermijnen niet heeft betaald, dat Hiltermann daarom de overeenkomst mocht ontbinden en dat Hiltermann dat per 9 januari 2025 ook heeft gedaan
.
[gedaagde] moet € 28.257,50 aan Hiltermann betalen
2.5.
Hiltermann eist betaling van € 28.257,50 aan hoofdsom. Deze hoofdsom bestaat uit € 181,50 aan administratiekosten, € 1.793,95 (6 x € 402,10) aan achterstallige termijnen tot en met april 2024 en een schadevergoeding van € 25.663,40 omdat de overeenkomst voortijdig is beëindigd. [gedaagde] wordt veroordeeld dat bedrag aan Hiltermann te betalen, met de bepaling dat de verkoopopbrengst van de auto nog in mindering strekt op dit bedrag.
[gedaagde] moet incassokosten van € 2.825,75 betalen
2.6.
De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De contractuele rente van 18% per jaar wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Tot 17 januari 2025 bedraagt de rente € 117,07.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hiltermann moet betalen op € 123,16 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.262,16. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de Volkswagen Golf VII [kenteken] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 31.200,32 met de bepaling dat de verkoopopbrengst van de auto nog in mindering strekt op dit bedrag, vermeerderd met de contractuele rente van 18% per jaar over een bedrag van € 28.257,50 vanaf 17 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 2.262,16;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
62828