6.1.De burgemeester stelt zich met verwijzing naar de bestuurlijke rapportage op het standpunt dat met twee explosies in korte tijd sprake is van een zeer ernstig geweldsincident. Als gevolg daarvan zijn de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming op onaanvaardbare wijze aangetast. Heropening van het pand na afloop van de twee weken spoedsluiting acht de burgemeester op dit moment niet verantwoord. Hierbij laat de burgemeester, naast de ernst van het (gewelds)incident, meewegen dat sprake was van twee explosies in korte tijd, dat de onderneming is gevestigd onder een appartementencomplex en dat de explosies ’s nachts plaatsvonden. De explosies hebben een dusdanige impact gehad op de omwonenden dat een spoedsluiting van twee weken niet volstaat. Hoewel er een verdachte is aangehouden is het risico op herhaling nog niet geweken. Vooralsnog is onduidelijk welke rol deze verdachte speelt, wat zijn motieven zijn en of hij ook betrokken was bij de explosie op 22 april 2025. Daarbij acht de burgemeester ook van belang dat de politie niet uitsluit dat de explosies verband houden met het strafproces volgend op het incident van 11 mei 2023.
Verder laat de burgemeester meewegen dat de onderneming is gelegen in de wijk Hillesluis, gebied Feijenoord, dat mede door de hoeveelheid geweldsincidenten aldaar is aangewezen als veiligheidsrisicogebied.
De burgemeester is van mening dat een sluiting van drie maanden niet onevenwichtig is. Niet is gebleken dat verzoekster zelf maatregelen heeft genomen om de kans op herhaling te verkleinen. De burgemeester laat daarom het algemene belang bij het herstel van de openbare orde zwaarder wegen dan het individuele, financiële belang van verzoekster.
7. Verzoekster is het met dit besluit niet eens. Zij wil met haar verzoek bereiken dat de onderneming weer open mag tot op het bezwaar is beslist. Volgens verzoekster is er geen noodzaak voor een verlengde sluiting en is verlenging van de sluiting tot drie maanden niet evenredig.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe?
8. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
9. Op grond van artikel 2:35, eerste lid, van de APV is de burgemeester (kort gezegd) bevoegd een voor het publiek openstaand gebouw – niet zijnde een seksinrichting – geheel of gedeeltelijk te sluiten, in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat.
Op grond van artikel 2:35, zesde lid, van de APV kan de burgemeester, op aanvraag van een belanghebbende, een sluiting opheffen, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid zal plaatsvinden.
10. In de Beleidsregel is bepaald dat de burgemeester bij de eerste constatering van een ernstig geweldsincident in, rondom of gericht aan het pand, in beginsel met spoed een sluiting voor maximaal twee weken zal opleggen. Vervolgens wordt gekeken of een verlengde sluiting of andere maatregel noodzakelijk is. Bij een eerste constatering kan de burgemeester na een spoedsluiting een pand voor drie maanden sluiten.
Afbakening van het geschil
11. De burgemeester refereert zich wat betreft het spoedeisend belang aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, al gelet op de duur van de sluiting en de financiële stukken die verzoekster kort voor de zitting nog heeft overgelegd, het spoedeisend belang in deze zaak is gegeven.
12. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoekster niet betwist dat sprake is van een ernstig geweldsincident waarbij de burgemeester in beginsel bevoegd is om het pand (onmiddellijk) te sluiten en de duur van de sluiting te verlengen. Verzoekster komt met haar verzoek slechts op tegen de verlengde sluiting en met name de noodzaak en evenwichtigheid ervan.
13. Verzoekster voert aan dat de noodzaak voor de verlengde sluiting ontbreekt, omdat de politie op 4 mei 2025 een verdachte heeft aangehouden. Deze is heengezonden en inmiddels zijn vier weken verstreken. Verzoekster heeft inmiddels een beveiligingsbedrijf ingeschakeld. Vanaf 23.00 uur ’s avonds is nachtbewaking bij het pand aanwezig voor ten minste de komende drie maanden. Er zullen posters aan het pand worden bevestigd waarop staat vermeld dat het pand ’s nachts wordt bewaakt. Ten tijde van de eerste explosie verbleef verzoekster in het buitenland. Zij is zo snel mogelijk teruggekomen om maatregelen te treffen en de schade aan het pand (voordeur, pui) te herstellen. Voor zover nog sprake is van enig gevaar voor de openbare orde of veiligheid, kan ook met een minder ingrijpende maatregel worden volstaan, zoals extra (politie)surveillance of (meer) cameratoezicht.
14. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de noodzaak voor de verlengde sluiting voldoende heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de burgemeester dat twee, op het pand gerichte, explosies binnen twee weken, zijn aan te merken als een zeer ernstig (gewelds)incident. Daarbij komt dat de onderneming van verzoekster is gevestigd onder een appartementencomplex, dat de gebeurtenissen veel impact hebben gehad op de bewoners en omwonenden en bij hen tot een sterk gevoel van onveiligheid hebben geleid. De burgemeester stelt zich daarom niet ten onrechte op het standpunt dat een spoedsluiting van twee weken in dit geval niet volstaat om de openbare orde en de rust in de omgeving te herstellen. Daarbij heeft de burgemeester terecht ook betrokken dat het risico op herhaling na ommekomst van de spoedsluiting nog niet was geweken. Hierbij heeft de burgemeester terecht ook de ligging van het pand in een veiligheidsrisicogebied betrokken en het feit dat de politie een verband tussen de beide explosies en de hiervoor (bij 5.3.) genoemde strafzaak, die plaatsvond in april 2025 rond de datum van de eerste explosie, niet uitsluit.
15. Dat op 4 mei 2025 een verdachte is opgepakt in verband met de explosie op 3 mei 2025 betekent op zichzelf nog niet dat de kans op herhaling niet langer aanwezig is en dat geen noodzaak meer bestaat om de sluiting te verlengen. Daarbij is van belang dat het politieonderzoek nog loopt en dat nog geen verdachte is aangehouden voor de explosie op 22 april 2025. De burgemeester heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om met een lichter middel te volstaan.
Evenwichtigheid van de sluiting
16. Verzoekster voert aan dat een sluiting van drie maanden onevenredige en directe gevolgen heeft voor het voortbestaan van haar onderneming. Door het wegvallen van alle inkomsten zal verzoekster niet langer aan haar lopende financiële verplichtingen kunnen voldoen. Een faillissement is onvermijdelijk.
Verzoekster wijst op de door haar overgelegde jaarrekening over 2023 (de jaarrekening over 2024 is op dit moment nog niet beschikbaar). Zij heeft vier personeelsleden in dienst.
De huur van het pand bedraagt € 3.625,- per maand, exclusief de aanzienlijke energielasten en verzekeringskosten. De omzetmarges zijn te klein om daarvan de maandelijkse huur en de personeelskosten te kunnen blijven betalen. Het personeel dreigt hierdoor te vertrekken en na een eventuele heropening van de onderneming zal het gezien de krapte op de arbeidsmarkt lastig zijn nieuw personeel aan te trekken. Met een sluiting van drie maanden dreigt verzoekster bovendien klanten te verliezen aan concurrenten. Daarbij komt dat sprake is van een éénmanszaak. Bij een faillissement zal verzoekster door (toekomstige) schuldeisers in haar privévermogen worden aangesproken.
17. Het feit dat een betrokkene financieel nadeel ondervindt van een (verlengde) sluiting maakt die sluiting op zichzelf nog niet onevenwichtig. Het gaat erom of iemand als gevolg van de (verlengde) sluiting in een zodanige (financiële) positie dreigt of komt te verkeren dat een (financiële) noodsituatie ontstaat. Gelet op wat verzoekster in dit verband heeft aangevoerd, en mede gelet op de financiële stukken die zijn overgelegd, sluit de voorzieningenrechter niet uit dat de onderneming van verzoekster na ommekomst van een sluiting van drie maanden niet meer levensvatbaar zal zijn, wat maakt dat de dreiging van een financiële noodsituatie reëel is.
De voorzieningenrechter begrijpt de beslissing van de burgemeester om bij het nemen van het verlengingsbesluit het belang van de openbare orde en de veiligheid van omwonenden zwaarder te laten wegen dan het financiële belang van verzoekster. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat naarmate de sluiting voortduurt, aan de verstrekkende (financiële) gevolgen daarvan voor verzoekster een steeds zwaarder gewicht toekomt.
18. Daarbij acht de voorzieningenrechter ook van belang dat vooralsnog niet is gebleken dat, en in hoeverre, verzoekster van de gebeurtenissen een verwijt kan worden gemaakt. Het nog lopende politieonderzoek zal dit moeten uitwijzen. Bovendien wordt niet betwist dat verzoekster inmiddels de nodige moeite heeft gedaan om de kans op herhaling van de gebeurtenissen te verkleinen. Zij heeft een beveiligingsbedrijf ingehuurd dat vanaf 23.00 uur ’s avonds het pand bewaakt. De bewaking wordt aan voorbijgangers kenbaar gemaakt middels posters op de gevel van het pand.
19. Verder acht de voorzieningenrechter van belang dat de laatste actuele politierapportage dateert van 8 mei 2025. Er is weliswaar een verdachte aangehouden in verband met de explosie van 3 mei 2025, maar deze is ook weer vrijgelaten. De politie legt zelf de link met de veroordelingen in april 2025, maar de strafzaak is inmiddels achter de rug. Op het moment van de zitting was het politieonderzoek al bijna vier weken gaande en het pand al bijna vier weken gesloten. Verwacht mocht worden dat de burgemeester met meer informatie was gekomen dan alleen de mededeling dat het politieonderzoek nog loopt.
20. Dit alles brengt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat een sluiting voor de duur van drie maanden in verzoeksters situatie niet evenwichtig is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe. Omdat het maatschappelijk belang bij sluiting van het pand ter bescherming en het herstel van de openbare orde en veiligheid zwaar weegt, zal de voorzieningenrechter geen voorziening treffen die ertoe strekt dat de sluiting onmiddellijk wordt opgeheven. Zoals gezegd heeft de burgemeester zich op het standpunt kunnen stellen dat sprake is van een ernstig geval en dat tijd nodig is om de rust in de omgeving van het pand te laten terugkeren. Anderzijds ziet de voorzieningenrechter in de belangen van verzoekster wel aanleiding de sluitingsduur te verkorten. In dit concrete geval oordeelt de voorzieningenrechter dat een sluiting van zes weken (de twee weken spoedsluiting daarbij inbegrepen) recht doet aan de wederzijdse belangen. Op die manier wordt recht gedaan aan zowel het algemene belang dat de burgemeester nastreeft bij het herstel van de openbare orde, als het persoonlijke belang van verzoekster om gezien haar precaire (financiële) situatie de sluiting niet te lang te laten voortduren. Dit betekent dat het pand op 14 juni 2025 voorlopig weer open mag.