ECLI:NL:RBROT:2025:7090
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang voor zwangere vrouw zonder vaste verblijfplaats
Verzoekster, een 30-jarige zwangere vrouw met een zoontje van één jaar, heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en is feitelijk dakloos. Haar aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo is door het college afgewezen omdat zij naar oordeel van het college in staat is zich met gebruikelijke voorzieningen en haar sociale netwerk te handhaven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks de kwetsbare situatie van verzoekster, waaronder de naderende bevalling, er sprake is van zelfredzaamheid. Verzoekster heeft tot nu toe via haar netwerk en maatschappelijke instanties zoals het wijkteam in Capelle aan den IJssel onderdak en ondersteuning weten te regelen. Het college heeft voldoende gemotiveerd waarom verzoekster niet onder de doelgroep van de Wmo valt.
Er is geen sprake van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt, mede omdat het wijkteam de meest geëigende instantie is om verzoekster te ondersteunen. Ook is geen strijd met artikel 8 EVRM Pro of artikel 3 IVRK Pro vastgesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van maatschappelijke opvang wordt afgewezen.