Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoek tot verbetering met bijlagen van de man, ingekomen op 30 april 2025;
- het verzoek tot verbetering van de vrouw, ingekomen op 1 mei 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak verzochten partijen de rechtbank om een verbetering van de beschikking van 28 april 2025, waarin een verklaring voor recht werd gegeven dat de vrouw de door de man onverschuldigd betaalde partnerbijdrage moet terugbetalen. Partijen stelden dat de rechtbank ten onrechte had overwogen dat zij de rechtbank niet hadden geïnformeerd over hun afspraken en wilden dat deze afspraken alsnog in de beschikking werden opgenomen.
De rechtbank stelde vast dat partijen de rechtbank wel degelijk hadden geïnformeerd over hun overeenstemming via een F9-formulier, maar dat door een administratief verzuim deze informatie het zittingskoppel niet had bereikt. Hierdoor had de rechtbank bij haar beslissing geen rekening gehouden met de gemaakte afspraken.
Hoewel sprake was van een kennelijke fout, oordeelde de rechtbank dat het verzoek tot verbetering geen eenvoudige correctie van een kennelijke vergissing betrof, maar een herstel van een procesfout. Een dergelijke fout leent zich niet voor eenvoudig herstel en kan alleen via een rechtsmiddel, zoals hoger beroep, worden aangevochten. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verbetering af.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de beschikking wordt afgewezen omdat het een procesfout betreft die niet eenvoudig te herstellen is.